ECLI:NL:RBARN:2011:BQ4772
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huijgen
- O. Nijhuis
- R.A. van der Pol
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijke taakuitoefening bij activatransactie en faillissement
In deze vrijwaringszaak oordeelt de rechtbank Arnhem dat de formele bestuurders van een vennootschap in oprichting en de feitelijk medebeleidsbepaler gezamenlijk aansprakelijk zijn voor het boedeltekort na faillissement. De bestuurders hadden de activa van twee aannemingsbedrijven overgenomen zonder inzage in essentiële jaarcijfers en zonder garanties, wat werd gekwalificeerd als kennelijk onbehoorlijke taakuitoefening volgens artikel 2:248 BW Pro.
De rechtbank constateert dat de koopsom voor de activa en goodwill te hoog was en grotendeels gefinancierd moest worden uit toekomstige opbrengsten, die ontoereikend bleken. De vennootschap kon de hoge rente- en aflossingsverplichtingen niet dragen, wat het faillissement vrijwel onvermijdelijk maakte. De feitelijk beleidsbepaler had een bepalende rol en stelde het formele bestuur terzijde, misbruikmakend van hun kennisachterstand.
De formele bestuurders waren zich bewust van hun onervarenheid en het verleden van de medebeleidsbepaler, maar namen toch de bestuurstaken op zich zonder voldoende kapitaal of maatregelen. De rechtbank stelt dat de aansprakelijkheid collectief en hoofdelijk is, waarbij de onderlinge schuldverhouding gelijk wordt gesteld. De zaak wordt aangehouden voor nadere onderbouwing van de betaling en verdeling van de schuld.
Uitkomst: De rechtbank stelt bestuurdersaansprakelijkheid vast en bepaalt een gelijke verdeling van de schuld tussen de formele bestuurders en de feitelijk medebeleidsbepaler, met nadere onderbouwing van betaling en bijdrage nog te verrichten.