ECLI:NL:RBARN:2011:BQ5539
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Penning
- D.J. Post
- S.W. van Osch - Leysma
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overschrijding redelijke termijn bij tewerkstelling vreemdeling zonder vergunning
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarbij een onderwijsinstelling een bestuurlijke boete van €9.500 opgelegd kreeg wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De vreemdeling had co-schappen gelopen in het kader van haar universitaire opleiding Tandheelkunde zonder dat daarvoor een vergunning was verleend.
De rechtbank bevestigde dat het lopen van co-schappen als arbeid in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) moet worden aangemerkt en dat de onderwijsinstelling als werkgever in de zin van de Wav geldt. De uitzonderingen op de vergunningplicht, zoals opgenomen in het Besluit uitvoering Wav, waren niet van toepassing omdat het volgen van co-schappen geen beroepsonderwijs betreft.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht is opgelegd, maar dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden met ruim 17 maanden. Hierdoor werd de boete met 15% verminderd tot €8.075. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €644 aan eiseres.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft, en de uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De boete wordt verminderd met 15% tot €8.075 wegens overschrijding van de redelijke termijn en het beroep wordt gegrond verklaard.