Uitspraak
200805807/1/V6; www.raadvanstate.nl) bestaat geen grond voor het oordeel dat de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek over de arbeidsovereenkomst als uitgangspunt dienen te worden genomen. Dat geen sprake is van productieve of economisch waardevolle arbeid, wat daar ook van zij, is niet van betekenis voor de vraag, of arbeid in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wav is verricht. De omstandigheid dat de handelingen zijn verricht in het kader van het aanleren van nieuwe vaardigheden leidt niet tot een ander oordeel. Het leereffect ontneemt aan de verrichte handelingen niet het arbeidskarakter. Voorts zijn volgens de paragrafen 24 en 25 van de Uitvoeringsregels ook voor stagiaires en practicanten tewerkstellingsvergunningen vereist. Het betoog dat de vreemdelingen niet als practicanten kunnen worden aangemerkt omdat zij reeds werkervaring hadden, kan niet worden gevolgd. Ook het opdoen van nieuwe vaardigheden moet worden aangemerkt als het opdoen van werkervaring in de zin van de Uitvoeringsregels.
200700303/1) doen de aard, omvang en duur van de arbeid in dit verband niet terzake.
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200705985/1) had het terzake bevoegde orgaan, de Centrale organisatie voor werk en inkomen, in het kader van deze aanvraag kunnen beoordelen, of voor de tewerkstelling van de vreemdelingen prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig was en of de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden zich tegen de beoogde tewerkstelling verzetten. Aangezien deze beoordeling niet heeft plaatsgevonden, is niet vastgesteld dat de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden. De enkele stelling van JMC dat dit laatste het geval is, is onvoldoende. Evenmin kan de stelling dat de scholing van de vreemdelingen de economische ontwikkeling van Bulgarije heeft bevorderd, tot matiging leiden. Deze mogelijkheid kan geen rechtvaardiging vormen voor overtreding van de Nederlandse wet- en regelgeving.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200802872/1), bestaat geen reden tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.