ECLI:NL:RBARN:2011:BQ8681
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens geen aanwijzing van rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Arnhem, stellende dat de beslissing tot opheffing van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis en het oordeel dat behandeling noodzakelijk is, duidt op vooringenomenheid.
De rechtbank overwoog dat het gebruikelijk is om tijdens voorlopige hechtenis al onderzoek te doen naar mogelijke behandelingen die in het kader van een straf kunnen worden opgelegd. De rechters hebben gehandeld met het oog op een naadloze overgang van detentie naar behandeling, mede op advies van een psycholoog.
Verzoeker had aangegeven niet langer mee te willen werken aan behandeling, maar dit leidt niet tot twijfel aan de onpartijdigheid van de rechters. De rechtbank concludeerde dat er geen objectieve of subjectieve reden is om aan de onpartijdigheid te twijfelen en wees het wrakingsverzoek af.
De wrakingskamer bestond uit drie rechters, die het verzoek zonder rechtsmiddel afwezen. De procedure omvatte schriftelijke stukken, een mondelinge behandeling waarbij de rechters niet aanwezig waren, en een rapportage van de psycholoog.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid.