ECLI:NL:RBARN:2011:BR1671
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot opleggen dwangakkoord wegens niet-naleving wettelijke vereisten
Verzoekers, gehuwd in gemeenschap van goederen, vroegen de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen aan schuldeisers, waarbij een schuldregeling van 8,6% van de totale vordering werd voorgesteld. De regeling was een prognoseaanbod met jaarlijkse uitkeringen aan schuldeisers, waarbij Grip Schuldhulpverlening de werkzaamheden uitvoerde en kosten rekende die door de werkgever van verzoeker 1 werden betaald.
De rechtbank stelde vast dat Grip niet was aangewezen op grond van artikel 48 lid 1 onder Pro d WCK en ook niet gemandateerd was door het college van burgemeester en wethouders. Bovendien was Grip op dat moment failliet verklaard en was er geen andere organisatie die het budgetbeheer in het minnelijk traject kon uitvoeren. Hierdoor was niet voldaan aan de vereisten van artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers daarom niet-ontvankelijk moesten worden verklaard in hun verzoek tot opleggen van een dwangakkoord. Daarnaast overwoog de rechtbank dat de grootste schuldeiser, Defam Financieringen, zich redelijkerwijs kon verzetten tegen de regeling, mede omdat slechts twee van de drie schuldeisers instemden en de regeling financieel minder gunstig was dan een wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank concludeerde dat de uitvoering van het aanbod onvoldoende zekerheid bood voor uitbetaling aan schuldeisers en dat de nakoming van de schuldregeling onvoldoende gewaarborgd was. Het verzoek werd dan ook afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving wettelijke vereisten voor het minnelijk traject.