ECLI:NL:RBARN:2011:BR3350
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsgebrek en terugvordering persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp
Eiser ontving in 2009 een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Verweerder besloot een bedrag van €559,43 terug te vorderen wegens onvoldoende verantwoorde besteding. Het primaire besluit was echter onbevoegd genomen door een manager zonder mandaat, waardoor het besluit werd vernietigd. Dit bevoegdheidsgebrek werd later hersteld door verweerder.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het pgb en de terugvordering gerechtvaardigd waren omdat eiser niet voldeed aan de verantwoordingsplicht zoals gesteld in de gemeentelijke verordening. Eiser had een deel van het pgb besteed aan niet-huishoudelijke taken, wat niet door het budget werd gedekt. Het beroep van eiser op een vrij besteedbaar bedrag van €2.000 en op belastingregels werd verworpen.
Verder stelde de rechtbank vast dat de WMO zelf geen expliciete bevoegdheid tot intrekking of terugvordering bevat, maar dat dit volgens vaste jurisprudentie wel mogelijk is op grond van algemene bestuursrechtelijke beginselen. De rechtbank bevestigde dat de terugvordering niet in strijd is met het EVRM, omdat de verantwoordingsplicht een fair balance waarborgt tussen publieke en private belangen.
Het beroep tegen het primaire besluit werd gegrond verklaard vanwege het bevoegdheidsgebrek, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand. Het beroep tegen het aanvullende besluit tot intrekking en terugvordering werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het primaire besluit tot terugvordering werd vernietigd wegens onbevoegdheid, maar het bevoegdheidsgebrek werd hersteld en de terugvordering van €559,43 werd bevestigd.