ECLI:NL:CRVB:2006:AY8641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten echtgenote
Appellant en zijn echtgenote ontvingen vanaf augustus 2003 een bijstandsuitkering. Na hun scheiding in november 2003 kreeg appellant een uitkering voor alleenstaanden. De ISD vorderde bijstandskosten terug omdat appellant niet had gemeld dat zijn echtgenote inkomsten had uit werkzaamheden bij een bedrijf, waardoor te veel bijstand was verleend.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit omdat de ISD niet eerst de bijstand had herzien voordat zij terugvordering instelde. De Raad stelt dat de ISD ten onrechte artikel 81 Abw Pro gebruikte in plaats van artikel 58 WWB Pro en dat het herzieningsbesluit niet gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit is genomen, wat volgens vaste jurisprudentie wel vereist is.
Verder oordeelt de Raad dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door de inkomsten van zijn echtgenote niet op te geven. Hierdoor is te veel bijstand verleend en is herziening en terugvordering gerechtvaardigd. De Raad vernietigt de uitspraak voor zover aangevochten en bepaalt dat de ISD een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit van maart 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak en bepaalt dat de ISD een nieuw besluit neemt op het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit.