ECLI:NL:RBARN:2011:BR3953
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herinvesteringsreserve bij verkoop aandelen en onroerende zaken met gelieerde vennootschappen
Eiseres, een besloten vennootschap, had een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd na de verkoop van onroerende zaken in 2002 en 2003. In 2005 sloot zij een koopovereenkomst voor onroerende zaken met een vennootschap die niet daadwerkelijk eigenaar was en waarbij de levering niet heeft plaatsgevonden. Kort daarna werden de aandelen van eiseres verkocht aan een gelieerde vennootschap.
De Belastingdienst stelde dat de HIR vrij moest vallen omdat er geen reële verplichtingen waren aangegaan en verweerder rekende de HIR terecht tot de winst. Eiseres voerde aan dat zij wel aan haar verplichtingen had voldaan en dat sprake was van een onvoorwaardelijke koopovereenkomst.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder een derdenonderzoek, en concludeerde dat de koopovereenkomst ongebruikelijk was en dat de koper niet beschikkingsbevoegd was over de onroerende zaken. Ook was er sprake van gelieerdheid tussen partijen en was financiering niet rond. Hierdoor moest de HIR vrijvallen volgens artikel 15e van de Wet Vpb.
De rechtbank wees het beroep van eiseres af en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Arnhem op 2 augustus 2011.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de herinvesteringsreserve wordt terecht tot de winst gerekend.