ECLI:NL:RBARN:2011:BR4772
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.J. van Acht
- H.C.A. Walda
- J. Berkvens
- Rechtspraak.nl
Onteigening en schadeloosstelling van grond door gemeente Barneveld
De gemeente Barneveld vordert onteigening van meerdere percelen grond die eigendom zijn van Westeneng Vastgoed B.V. De onteigening wordt bij vervroegde uitspraak gevorderd en de rechtbank wordt verzocht de schadeloosstelling vast te stellen. Westeneng voert verweer dat de gemeente onvoldoende serieus heeft getracht de grond via minnelijke weg te verkrijgen, met name dat de onderhandelingen niet in de vereiste periode tussen het Koninklijk Besluit en de dagvaarding hebben plaatsgevonden.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente vanaf oktober 2006 tot juli 2010 meerdere malen met Westeneng heeft onderhandeld en ook na het Koninklijk Besluit van 23 november 2010 nog twee schriftelijke aanbiedingen heeft gedaan, waarvan de laatste op 21 maart 2011. Westeneng heeft op deze aanbiedingen niet gereageerd en geen nieuw minnelijk overleg gezocht. De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende serieus heeft geprobeerd tot een minnelijke regeling te komen zoals vereist in artikel 17 van Pro de Onteigeningswet.
De gevorderde onteigening wordt niet onrechtmatig of ongegrond geacht en kan vervroegd worden uitgesproken. Over de schadeloosstelling is geen overeenstemming bereikt; de rechtbank bepaalt het voorschot op de schadeloosstelling op 100% van het door de gemeente aangeboden bedrag van € 461.655,--. De deskundigen zijn aangewezen om een rapport op te stellen over de gesteldheid van de te onteigenen zaken.
De rechtbank spreekt de onteigening uit ten algemene nutte en ten name van de gemeente Barneveld van de genoemde percelen en wijst de schadeloosstelling toe. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het deskundigenrapport is ontvangen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onteigening toe en bepaalt het voorschot op de schadeloosstelling op € 461.655,--.