ECLI:NL:RBARN:2011:BR6840
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking wapenverlof wegens onjuiste toepassing wet en herroeping besluit
Eiser had een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie dat op 1 februari 2011 geldig was. Na een doorzoeking in mei 2010 werden wapens en munitie aangetroffen die niet op het verlof stonden vermeld, evenals een grote hoeveelheid rookzwak buskruit. De Korpschef trok het verlof op 21 juni 2010 in op grond van artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c van de Wet wapens en munitie (Wwm), omdat eiser het bezit niet langer kon worden toevertrouwd.
Eiser leverde het verlof op 15 juni 2010 vrijwillig in, wat de rechtbank duidt als een verzoek om intrekking op grond van onderdeel d van artikel 7, omdat eiser niet meer voldeed aan de vereisten voor verlening. De rechtbank oordeelt dat verweerder onterecht de zwaardere b- en c-gronden toepaste zonder eerst het verzoek op de d-grond te beoordelen, wat een onjuiste toepassing van de wet is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het besluit van 21 juni 2010. Vervolgens trekt zij het verlof in op de minder bezwarende d-grond. Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten van €1.748 en wijst het verzoek om schadevergoeding af wegens gebrek aan bewijs van schade.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem op 26 juli 2011 en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verlof tot het voorhanden hebben van wapens wordt ingetrokken op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel d van de Wwm, na vernietiging en herroeping van het eerdere besluit.