ECLI:NL:RBARN:2011:BT1840
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Eiseres ontving bijstand van 16 juli 2001 tot en met 31 maart 2009. Verweerder stelde na een anonieme tip een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij bleek dat eiseres inkomsten uit schoonmaakwerkzaamheden bij particulieren niet had gemeld. Hierdoor werd de bijstand over de periode van 25 december 2002 tot en met 31 maart 2009 ingetrokken en de gemaakte kosten van bijstand teruggevorderd tot een bedrag van € 98.447,54.
De rechtbank oordeelde dat eiseres de wettelijke inlichtingenverplichting had geschonden en dat verweerder bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen op grond van artikel 58 van Pro de Wwb. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand over de betreffende periode, mede omdat haar overgelegde inkomstenoverzicht niet controleerbaar was.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en oordeelde dat verweerder niet onredelijk had gehandeld. De intrekking en terugvordering waren in overeenstemming met het beleid en er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigden. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de intrekking en terugvordering van bijstand worden ongegrond verklaard.