ECLI:NL:RBARN:2011:BT6360
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk onttrekken van minderjarigen aan wettig gezag bij omgangsregeling
De rechtbank Arnhem heeft op 5 juli 2011 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens het opzettelijk onttrekken van minderjarige kinderen aan het wettig over hen gestelde gezag. Verdachte had gedurende de periode van 17 november 2010 tot en met 17 juni 2011 herhaaldelijk nagelaten de kinderen aan de vader te overdragen conform een door de rechter vastgestelde omgangsregeling.
De officier van justitie bracht meerdere bewijsmiddelen in, waaronder proces-verbalen van aangiften en meldingen van de vader, en een beschikking van de rechtbank waarin de omgangsregeling was vastgelegd. Verdachte erkende deels het niet naleven van de omgangsregeling, maar voerde aan dat er sprake was van noodtoestand en overmacht vanwege incidenten en zorgen over de veiligheid van de kinderen.
De rechtbank verwierp het verweer van noodtoestand en afwezigheid van schuld, omdat de aangevoerde incidenten onvoldoende waren onderbouwd en de omgangsregeling door de voorzieningenrechter was bevestigd. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het wettig gezag had onttrokken door de omgangsregeling niet na te leven. Gezien de omstandigheden en het feit dat verdachte inmiddels weer aan de regeling voldoet, legde de politierechter een werkstraf van 40 uur op, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar wegens het onttrekken van minderjarigen aan het wettig gezag.