ECLI:NL:GHSHE:2009:BK9072
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- A.R.O. Mooy
- J.A. van Zon
- M.A.M. Wagemakers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-naleving omgangsregeling geen onttrekking minderjarige aan gezag
Op 6 april 2008 deed klager aangifte tegen beklaagde wegens het onttrekken van hun minderjarige zoon aan het gezag. Beklaagde had geweigerd de zoon mee te geven in het kader van een omgangsregeling die op dat moment nog voorlopig was vastgesteld. De officier van justitie besloot tot niet vervolging omdat de zaak nog in behandeling was bij de rechtbank en het feit niet strafbaar werd geacht. Klager diende daarop een klaagschrift in bij het hof.
Het hof stelde vast dat het ouderlijk gezag, zoals bedoeld in artikel 1:247 BW Pro, verder reikt dan het recht op omgang. Het niet naleven van een omgangsregeling betekent niet automatisch een inbreuk op het gezag. Uit rapportages van Tender en de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de minderjarige zelf weigerde omgang te hebben met klager en dat beklaagde niet actief onttrok maar de situatie niet kon forceren.
Het hof concludeerde dat de gedragingen van beklaagde niet strafbaar zijn als onttrekking aan het gezag en wees het beklag af. De omgangsregeling was nog niet definitief vastgesteld en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige was bij beklaagde. De beslissing bevestigt dat het niet naleven van een omgangsregeling geen strafrechtelijke sanctie rechtvaardigt zolang het gezag niet wordt geschonden.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt dat het niet naleven van een omgangsregeling geen strafbaar feit is als onttrekking aan het gezag.