ECLI:NL:RBARN:2011:BT6491
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor opzettelijke uitvoer hennep
Drie mannen uit Beuningen, Dreumel en Nijmegen werden verdacht van het opzettelijk uitvoeren van ongeveer 150 kilogram hennep naar Engeland, verborgen in dakpanelen. De rechtbank onderzocht hun rol, waarbij één verdachte een loods had gehuurd, een ander het transportbedrijf had opgericht en de derde als organisator werd gezien.
De officier van justitie baseerde de zaak op verklaringen van medeverdachten, telefonische contacten en betrokkenheid bij de fabricage en het transport van de dakpanelen. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van deze verklaringen en stelde dat het bewijs onvoldoende concreet en feitelijk was.
De rechtbank oordeelde dat, hoewel de rol van de verdachten dubieus was, het wettige en overtuigende bewijs voor opzet ontbrak. Met name de verklaringen van medeverdachten waren onbetrouwbaar en de toewijzing van telefoonnummers aan verdachten was niet overtuigend. Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van de tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachten werden vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzet bij uitvoer hennep.