ECLI:NL:RBARN:2011:BT7158
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen WOZ-waarde na prematuur indienen
Eiser verkreeg de eigendom van een woning krachtens erfrecht en verzocht om een WOZ-beschikking op zijn naam. Tegelijkertijd maakte hij bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €312.000, stellende dat dit bezwaar niet prematuur was omdat de waarde niet anders kon worden vastgesteld dan in de eerdere beschikking. De gemeente stelde de waarde ambtshalve bij en verlaagde deze naar €247.000.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar prematuur was ingediend omdat het besluit op het verzoek om een nieuwe beschikking nog niet was genomen ten tijde van het bezwaar. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad dat een nieuwe WOZ-waarde bij een beschikking op grond van artikel 26 Wet Pro WOZ anders kan zijn dan de eerdere waarde. Het bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M.W. van de Sande en griffier G. Schokker op 11 oktober 2011.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep is ongegrond verklaard.