ECLI:NL:RBARN:2011:BT7245
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing medische onzorgvuldigheid bij dystrofiediagnose
Eiseres vordert schadevergoeding wegens vermeende onzorgvuldigheid van het ziekenhuis en haar medisch personeel in de periode rondom een arthroscopie op 10 januari 2000. De kern van het geschil betreft de vraag of er sprake was van een tijdige en juiste diagnose van een zich ontwikkelende dystrofie.
De rechtbank heeft partijen verzocht om verduidelijking van het deskundigenrapport van [deskundige1], die concludeerde dat er sprake was van miscommunicatie binnen de orthopedische vakgroep en paramedische ondersteuning, wat het vroegtijdig herkennen van dystrofie in de weg stond. Echter, deze verduidelijking bood onvoldoende inzicht in de precieze gronden voor onzorgvuldig handelen en de timing van de diagnose.
Het tegenrapport van [deskundige2] stelde dat de dystrofie pas na de arthroscopie is ontstaan en dat er geen sprake was van onzorgvuldig handelen. De rechtbank achtte de stellingen van eiseres onvoldoende onderbouwd, mede vanwege het ontbreken van concrete feiten die een ander oordeel rechtvaardigen.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ziet geen noodzaak tot benoeming van een aanvullende deskundige, omdat het fundament van de vordering is komen te vervallen.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig medisch handelen.