ECLI:NL:RBARN:2011:BT8410
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde paardenhandel en schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen bijstand en werden onderzocht door de Sociale Recherche vanwege vermoedens van niet opgegeven activiteiten in het fokken, handelen en bemiddelen in paarden. Uit onderzoek, waaronder getuigenverklaringen en registratiegegevens bij het Friesch Paarden-Stamboek, bleek dat eisers op geld waardeerbare activiteiten verrichtten die niet waren gemeld.
Verweerder trok de bijstand met ingang van 1 juli 2010 in en herzag de bijstand over de periode 1 maart 2005 tot 30 juni 2010, waarbij de gemaakte kosten van bijstand van € 91.411,86 werden teruggevorderd. Eisers voerden aan dat de inkomsten niet in verhouding stonden tot het terugvorderingsbedrag en dat zij in financiële problemen verkeerden.
De rechtbank oordeelde dat eisers de op hen rustende inlichtingenplicht schonden door het niet melden van het paardenbezit en de handel. De verklaringen van getuigen, ondanks enkele teruggenomen verklaringen, werden als betrouwbaar beschouwd. De rechtbank vond geen reden om de terugvordering te matigen en stelde vast dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van een deugdelijke administratie.
Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.