ECLI:NL:CRVB:2011:BP4785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1994 bijstand als alleenstaande ouder. Na een anonieme tip startte het College een onderzoek naar haar woonsituatie, waaruit bleek dat zij vanaf 1 januari 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met appellant zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand herzien en teruggevorderd.
Het College maakte een administratieve fout bij het intrekken van besluiten, welke binnen vijf dagen werd hersteld. Appellanten voerden aan dat er geen gezamenlijke huishouding was, maar enkel mantelzorg, en dat zij niet adequaat waren bijgestaan tijdens politieverhoren, wat volgens hen strijdig was met artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de fout te herstellen zonder het rechtszekerheidsbeginsel te schenden. Uit verklaringen van appellanten bleek dat zij hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalde omdat geen ontoelaatbare druk was vastgesteld.
De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraken. De terugvordering van de bijstand is gegrond en het beroep van appellanten wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.