ECLI:NL:RBARN:2011:BU4016
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- E.C.G. Okhuizen
- J.M.W. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag en boetebeschikking wegens ontbreken heffingsrecht Nederland
Eiser, een buitenlands belastingplichtige, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003, gebaseerd op vermeend belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland. Tevens werd een boetebeschikking en heffingsrente opgelegd. De rechtbank onderzocht of eiser daadwerkelijk in Nederland belastbare inkomsten had genoten en of Nederland heffingsbevoegd was.
Uit het Duitse vonnis en overige stukken bleek dat eiser in 2003 betrokken was bij diverse drugstransporten en daarmee inkomsten had gegenereerd die deels in Nederland plaatsvonden. Echter, eiser woonde in België en was daar ook fiscaal inwoner, wat door verweerder werd erkend. Het Verdrag Nederland-België was daarom van toepassing.
De rechtbank oordeelde dat het Verdrag ambtshalve moest worden toegepast en dat eiser recht had op de bescherming daarvan. Hoewel eiser werkzaamheden verrichtte die als zelfstandig konden worden gekwalificeerd, was er geen sprake van een vaste basis in Nederland. De navorderingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente werden daarom vernietigd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente worden vernietigd omdat Nederland geen heffingsrecht heeft.