ECLI:NL:RBARN:2011:BU4789
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-kwalificatie van achteraf opgestelde notariële akte als periodieke gift voor belastingaftrek
Eiser stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting 2008 waarbij een gift aan de Protestantse Kerk Nederland (PKN) niet werd erkend als periodieke gift, maar als gewone gift. Eiser had in zijn aangifte een bedrag van €5.640 als periodieke gift opgevoerd, maar verweerder accepteerde dit niet. Tijdens het beroep overhandigde eiser een notariële akte van 8 juli 2011, waarin de gift en toekomstige jaarlijkse giften waren vastgelegd.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 6.38 Wet IB 2001 een periodieke gift moet berusten op een bij notariële akte aangegane verplichting die ten minste vijf jaar jaarlijks wordt voldaan. Omdat de akte pas na het belastingjaar werd opgemaakt, was er op het moment van de gift in 2008 geen geldige notariële verplichting. De rechtbank verwierp het argument van eiser dat de akte achteraf om efficiëntie redenen kon worden opgesteld.
Daarmee concludeerde de rechtbank dat de gift niet als periodieke gift kan worden aangemerkt en dus niet in aanmerking komt voor de specifieke belastingaftrek. Ook het beroep tegen de heffingsrente werd ongegrond verklaard omdat daartegen geen afzonderlijke gronden waren aangevoerd. Het beroep werd in zijn geheel ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de achteraf opgestelde notariële akte niet voldoet aan de voorwaarden voor aftrek van een periodieke gift.