ECLI:NL:RBARN:2011:BU4792
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- E.C.G. Okhuizen
- J. Rakhan
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem bevestigt dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar omzetbelasting
Eiseres, een vennootschap onder firma, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 2006-2008. Verweerder, de inspecteur van de Belastingdienst, stelde niet binnen de wettelijke termijn van zes weken een beslissing op het bezwaar. Eiseres stelde verweerder vervolgens per e-mail in gebreke, waarna verweerder alsnog uitspraak op bezwaar deed, maar te laat.
De kern van het geschil betrof de vraag of een ingebrekestelling per e-mail als een schriftelijke ingebrekestelling in de zin van artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de elektronische weg voor het indienen van bezwaarschriften is opengesteld en dat dit ook geldt voor de daarmee verband houdende ingebrekestellingen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de beslistermijn had overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was ontvangen. Gevolg was dat verweerder een dwangsom van € 1.020 verschuldigd was. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het door eiseres betaalde griffierecht vergoed.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van de rechtbank Arnhem op 17 november 2011. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Verweerder is een dwangsom van € 1.020 verschuldigd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar omzetbelasting.