ECLI:NL:RBARN:2011:BU9044
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonvordering werknemer op grond van CAO en aanvullende loonafspraken
In deze zaak vordert de werknemer betaling van een bedrag van € 11.193,45 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging, incassokosten en rente, wegens niet correct uitbetaald loon volgens de toepasselijke CAO en aanvullende afspraken over loonverhoging voor gewerkte uren op maandag.
De werkgever betwist de vordering, onder meer wegens te late indiening en gebrek aan rechtsgrond. De kantonrechter oordeelt dat de CAO bepalingen als minimumvoorwaarden gelden en dat loonvorderingen bruto dienen te worden berekend. De vermeerdering van eis wegens loon voor maandag wordt afgewezen omdat deze niet op een geldige rechtsgrond berust en onvoldoende is onderbouwd.
De kantonrechter wijst de loonvordering grotendeels toe op basis van de door werknemer overgelegde berekeningen, ondanks gebreken in onderbouwing, en erkent dat werkgever het loon volgens loonschaal C inclusief vakantiegeld niet heeft betwist. Niet-betaalde toeslagen voor zaterdag en vakantiegeld worden toegewezen, evenals de Kerstgratificaties 2007 en 2008. Vorderingen voor pensioenpremies worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onmogelijkheid tot directe betaling aan werknemer.
De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 7.995,02 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en tot betaling van proceskosten. Vorderingen in reconventie worden afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 7.995,02 bruto met 10% wettelijke verhoging en rente, en proceskosten.