ECLI:NL:RBARN:2012:BV2062
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- J.M.J.M. Doon
- F.N.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling militair voor bezit verboden wapens, munitie en illegaal vuurwerk
Op 21 juli 2010 werd bij de verdachte, een militair, op Kandahar Airfield in Afghanistan verboden wapens en munitie aangetroffen in zijn bagage tijdens een veiligheidscontrole. Verdachte werd vervolgd voor het bezit van diverse wapens en munitie, alsmede illegaal vuurwerk in Nederland. De militaire kamer oordeelde dat verdachte de wapens en munitie, met uitzondering van munitie van categorie III in Afghanistan, wettig en overtuigend onder zich had.
De kamer stelde vast dat de Wet wapens en munitie extraterritoriale werking heeft voor wapens van categorie II, maar niet voor categorie III. Daarom werd verdachte ontslagen van rechtsvervolging voor het bezit van munitie van categorie III in Afghanistan. Voor de overige feiten werd hij veroordeeld.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen criminele intenties had en dat er sprake was van enige verwardheid. De militaire kamer hield rekening met de persoonlijke omstandigheden, het ontbreken van eerdere veroordelingen en het feit dat verdachte was ontslagen bij Defensie. De straf werd vastgesteld op een werkstraf van 200 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Verdachte werd vrijgesproken van enkele feiten wegens onvoldoende bewijs. Het in beslag genomen alarmpistool werd onttrokken aan het verkeer en een heuptasje met opdruk werd teruggegeven aan de rechthebbende. De uitspraak werd gedaan op 30 januari 2012 door de meervoudige militaire kamer van de Rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk, met vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging voor enkele feiten.