ECLI:NL:RBARN:2012:BV2098
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag oudere werknemer vlak voor pensioen wegens bedrijfseconomische redenen kennelijk onredelijk
De werknemer was jarenlang directeur en aandeelhouder van een bedrijf dat werd verkocht aan het moederbedrijf van de werkgever. Vervolgens trad hij in dienst bij een dochtermaatschappij met een arbeidsovereenkomst die meerdere malen werd aangepast, onder meer met verlaging van de arbeidsduur.
In 2010 vroeg de werkgever ontslag aan bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen, wat werd toegestaan. De werknemer werd ontslagen met inachtneming van de juiste opzegtermijn. Hij vorderde vervolgens een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat de werkgever een valse reden had gegeven en onvoldoende had onderbouwd.
De kantonrechter oordeelde dat de bedrijfseconomische situatie voldoende was aangetoond en dat het ontslag formeel rechtmatig was. Echter, het ontslag was kennelijk onredelijk vanwege de ernstige gevolgen voor de oudere werknemer, de gewekte verwachting dat hij tot zijn pensioen zou blijven werken, en het gebrek aan inspanningen van de werkgever om hem naar ander werk te begeleiden.
De kantonrechter kende een billijke vergoeding van €15.000 toe, met wettelijke rente vanaf 1 januari 2011, en wees de gevorderde buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van €15.000 wegens kennelijk onredelijk ontslag.