ECLI:NL:RBARN:2012:BV2146
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke vergoeding voor onbezoldigde werkzaamheden directeuren in bouwbedrijf
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin eiseres, een besloten vennootschap, vorderde dat Berkenrode International B.V. werd veroordeeld tot betaling van een bedrag dat zij aan de Goldenburgh c.s. verschuldigd was, vermeerderd met rente en kosten. Subsidiair vorderde eiseres een redelijke vergoeding voor werkzaamheden die de vennoten van Goldenburgh onbezoldigd voor Berkenrode hadden verricht.
Berkenrode voerde als verweer dat eiseres niet-ontvankelijk was omdat de dagvaarding niet binnen de wettelijke termijn was uitgebracht. De rechtbank oordeelde echter dat de dagvaarding binnen de termijn was betekend en dat eiseres ontvankelijk was in haar vorderingen. De primaire vordering werd afgewezen omdat niet was voldaan aan de vereisten voor een gerechtelijke verklaring ex artikel 477a Rv.
De rechtbank stelde vast dat de vennoten sinds hun aanstelling als directeuren onbezoldigde werkzaamheden verrichtten die normaal gesproken tegen vergoeding worden verricht. Ondanks dat Berkenrode een familiebedrijf is en de vennoten een toekomstige pensioenvoorziening zouden ontvangen, achtte de rechtbank dit onvoldoende als vergoeding. Daarom werd Berkenrode geacht een redelijke vergoeding verschuldigd te zijn.
De financiële draagkracht van Berkenrode in de relevante periode kon niet worden vastgesteld vanwege tegenstrijdige verklaringen. Daarom werd Berkenrode gelegenheid gegeven nadere financiële gegevens te overleggen, waarna eiseres daarop mocht reageren. De verdere beslissing werd aangehouden tot de volgende zitting.
Uitkomst: De primaire vordering wordt afgewezen; subsidiaire vordering tot vaststelling redelijke vergoeding wordt ontvankelijk verklaard en nader onderzocht.