ECLI:NL:RBARN:2012:BV6448
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na opvolgende oproepen en weigering Ziektewet-uitkering
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om een Ziektewet-uitkering toe te kennen aan eiseres 2, die ziek werd gemeld tijdens haar werkzaamheden als oproepkracht bij eiseres 1. De kern van het geschil betrof de aard van de arbeidsrelatie en de vraag of sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd.
De rechtbank stelde vast dat de schriftelijke overeenkomst tussen partijen een voorovereenkomst was, waarbij telkens wanneer eiseres 2 gehoor gaf aan een oproep een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ontstond. Na de vierde opvolgende oproep ontstond volgens artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit betekent dat eiseres 1 gehouden was tot loondoorbetaling bij ziekte.
Verweerder heeft de Ziektewet-uitkering geweigerd omdat eiseres 2 recht had op loon tijdens ziekte. Eisers voerden aan dat de overeenkomst en de ziekteaangifte onjuist waren, maar de rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en in strijd met de overeenkomst. De beroepen werden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering omdat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan met recht op loondoorbetaling bij ziekte.