ECLI:NL:RBARN:2012:BX0243
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding in bezwaar tegen onroerendezaakbelasting
Eiser stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak en de daarbij behorende aanslag onroerende-zaakbelasting. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat eiser geen belang zou hebben vanwege een 'no cure no pay'-overeenkomst met zijn gemachtigde. De rechtbank oordeelde echter dat eiser wel degelijk belang had bij de procedure en verklaarde het beroep ontvankelijk.
De kern van het geschil betrof de hoogte van de proceskostenvergoeding voor de taxatiekosten die eiser in de bezwaarprocedure had gemaakt. De rechtbank beoordeelde de redelijkheid van het aantal uren en het uurtarief van de taxateur en concludeerde dat de volledige kosten van € 333,20 voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Verder bepaalde de rechtbank dat de zaak als 'licht' moest worden aangemerkt met een wegingsfactor van 0,5, wat leidde tot een totale proceskostenvergoeding in bezwaar van € 775,10. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten, alsmede de proceskosten van het beroep en het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden gedeelte van de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de volledige proceskosten, inclusief taxatiekosten.