ECLI:NL:RBARN:2012:BX9561
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering en gordeldracht bij verkeersongeval met geschil over eigen schuld
In deze civiele zaak staat centraal of eiser sub 1 tijdens een verkeersongeval zijn veiligheidsgordel droeg, hetgeen relevant is voor de vraag naar eigen schuld. Het Nederlands Bureau der Motorrijtuigenverzekeraars (het Bureau) betwistte dit en wilde dat de rechtbank afweek van een eerdere rechtsoverweging waarin werd gesteld dat het enkele ambtelijk opgemaakte proces-verbaal onvoldoende bewijs vormt.
De rechtbank volgt het Bureau hierin niet en bevestigt dat het proces-verbaal geen akte is in de zin van artikel 156 Rv Pro. De bewijslast blijft bij het Bureau, dat bewijs wil leveren via een verkeersongevallenanalyse. Eiser sub 1 erkent het nut hiervan niet, maar heeft geen bezwaar tegen de deskundige of de vraagstelling. De rechtbank benoemt de deskundige en stelt de vraagstelling vast.
Daarnaast wordt een bedrijfseconomisch onderzoek geïndiceerd om de schade-omvang vast te stellen. Partijen krijgen gelegenheid om op elkaars stukken te reageren en de zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing. De rechtbank benadrukt dat bewijswaardering na bewijslevering zal plaatsvinden en dat de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro geldt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek af om het proces-verbaal als bewijs te aanvaarden en wijst bewijslevering door verkeersongevallenanalyse toe.