ECLI:NL:RBARN:2012:BY2198
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering tot betaling restschuld na leningopzegging
In deze zaak vordert eiser betaling van een restschuld voortvloeiend uit een lening die hij aan gedaagde had verstrekt. De lening was op 1 december 2006 opgezegd en er ontstond discussie over de omvang van de restschuld. Gedaagde stopte eind 2007 met betalingen en stelde dat de schuld was voldaan.
Eiser stelde dat de vordering niet verjaard was, onder meer omdat hij aanmaningen had gestuurd die de verjaring zouden stuiten. De rechtbank overwoog dat de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen vanaf 17 december 2006 en eindigde op 17 december 2011. De dagvaarding werd pas op 30 maart 2012 uitgebracht, dus na afloop van de verjaringstermijn.
De rechtbank oordeelde dat de betalingen van gedaagde tot eind 2007 geen erkenning van de schuld inhielden, omdat partijen van mening verschilden over de omvang van de restschuld. Ook de aanmaningen en de brief van de advocaat van eiser waren niet ondubbelzinnig genoeg om de verjaring te stuiten. Daarom was de vordering verjaard en werd deze afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de restschuld is verjaard en wordt afgewezen.