ECLI:NL:RBASS:2002:AE3911
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.A.M. van Veen
- H. de Wit
- J.D. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens acute dissociatieve stoornis bij verwurging echtgenote
De rechtbank Assen behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van het opzettelijk doden van zijn echtgenote door verwurging in augustus 2001. De tenlastelegging omvatte ook het subsidiaire verwijt van zware mishandeling met de dood tot gevolg. Tijdens de meervoudige terechtzittingen in 2001 en 2002 werd uitgebreid psychologisch en psychiatrisch onderzoek verricht.
De verdachte verklaarde zich niets te herinneren van het moment van de verwurging, en gaf aan dat een woordenwisseling over echtscheidingskwesties voorafging aan het incident. Drie deskundigen, waaronder twee psychiaters en een psycholoog, stelden vast dat verdachte leed aan een acute dissociatieve stoornis, een tijdelijke psychische stoornis die zijn cognitieve controle volledig uitsloot. Hierdoor kon verdachte zijn wil niet bepalen of zijn handelingen sturen.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het bewezen feit van verwurging, het opzet ontbrak vanwege het ontbreken van cognitieve controle. De verdachte kon niet worden verweten in deze toestand te zijn geraakt. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De officier van justitie had ook een vordering tot ontslag van rechtsvervolging met voorwaarden ingediend, maar de rechtbank koos voor vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van opzet door een acute dissociatieve stoornis.