ECLI:NL:RBASS:2006:AY7403
Rechtbank Assen
- Raadkamer
- M.C. Fuhler
- J.S. van der Kolk
- N.R. Boonstra
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en omzetting Duitse gevangenisstraf tot uitvoering in Nederland afgewezen
De rechtbank Assen behandelde het verzoek tot tenuitvoerlegging in Nederland van een gevangenisstraf van twee jaar opgelegd door het Amtsgericht Papenburg in Duitsland wegens diefstal in vereniging. De Duitse straf was aanvankelijk geheel voorwaardelijk, maar werd later omgezet in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf na nieuwe strafbare feiten tijdens de proeftijd.
De rechtbank stelde vast dat aan alle voorwaarden van het Europees Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen was voldaan, waaronder de onherroepelijkheid van het vonnis, strafbaarheid van de feiten in Nederland en het ontbreken van verjaring of ne bis in idem. De meervoudige strafkamer was bevoegd de zaak te behandelen en het verzoek tot aanhouding werd afgewezen.
Bij de strafbepaling hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden van de diefstallen, de eerdere veroordelingen van de veroordeelde in Nederland en Duitsland, en de verschillen in detentievoorwaarden tussen beide landen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, met aftrek van 144 dagen voorlopige hechtenis in Duitsland.
Het verzoek van de veroordeelde om de gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf werd afgewezen omdat het Duitse gerecht al coulance had getoond en de veroordeelde zich tijdens zijn proeftijd opnieuw schuldig had gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank besloot geen bevel tot gevangenneming te geven.
Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 18 maanden in Nederland en wijst omzetting in werkstraf af.