ECLI:NL:RBASS:2008:BD0601
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opschorting ontruiming huurwoning bij moratorium ondanks ontbinding huurovereenkomst tegen hoofdhuurder
Verzoeker heeft een moratorium aangevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet vanwege een dreigende ontruiming van zijn huurwoning. De kantonrechter had eerder de ontruiming bevolen en de huurovereenkomst ontbonden tegen verzoeker als hoofdhuurder. Verzoeker kon de huur niet betalen door een onterechte schorsing van zijn uitkering, maar verwacht herstel van de uitkering en betaling van huur.
De rechtbank beoordeelde of het moratorium kon worden toegewezen ondanks de ontbinding van de huurovereenkomst. Normaal gesproken kan bij ontbinding geen opschorting plaatsvinden omdat er geen lopende huurpenningen meer zijn. Echter, omdat de ontbinding slechts tegen de hoofdhuurder was ingesteld en niet tegen zijn echtgenote, die medehuurder is volgens artikel 7:266 BW Pro, bleef de huurovereenkomst in stand voor de medehuurder.
De rechtbank concludeerde dat het vonnis van ontbinding daardoor geen effect sorteert en dat verzoeker voldoende belang heeft bij het moratorium. De tenuitvoerlegging van de ontruiming werd daarom opgeschort voor maximaal zes maanden, mits de lopende huur tijdig wordt voldaan. De voorziening vervalt bij intrekking of definitieve beslissing over de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: De rechtbank schorst de ontruiming van de huurwoning voor maximaal zes maanden onder voorwaarden van tijdige huurbetaling.