ECLI:NL:RBASS:2009:BI3756
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Concurrentiebeding vervalt bij inbreng onderneming in andere rechtsvorm zonder overgang onderneming
In deze zaak stond centraal of een concurrentiebeding tussen werknemer en oorspronkelijke werkgever geldig blijft na inbreng van de onderneming in een andere rechtsvorm. De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst op 1 april 2005 van rechtswege was overgegaan van de Vof naar ’t Stokertje Beheer BV, waarna deze stilzwijgend werd voortgezet bij eiseres, ’t Stokertje Kachelparadijs BV.
De rechtbank oordeelde dat de inbreng van de Vof in ’t Stokertje Beheer BV wel als overgang van onderneming in de zin van art. 7:662 BW Pro kan worden aangemerkt, omdat alle activa, passiva, handelsnaam en arbeidsovereenkomsten werden overgedragen. Echter, de latere inbreng van een deel van de activa en passiva van ’t Stokertje Beheer BV in eiseres betrof geen overgang van onderneming, omdat essentiële onderdelen zoals handelsgoederen en immateriële activa niet werden overgedragen.
Hierdoor was er geen van rechtswege overgang van het concurrentiebeding naar de nieuwe werkgever. Volgens vaste rechtspraak vereist het voortzetten van een concurrentiebeding bij een nieuwe werkgever een nieuwe schriftelijke overeenkomst. Omdat partijen dit niet hadden gedaan, werd het concurrentiebeding niet geacht te gelden jegens eiseres.
De vorderingen van eiseres op basis van het concurrentiebeding werden daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Dit arrest bevestigt het belang van een schriftelijke overeenkomst bij wijziging van werkgever zonder overgang van onderneming.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres op basis van het concurrentiebeding worden afgewezen wegens het ontbreken van overgang van onderneming en een nieuwe schriftelijke overeenkomst.