ECLI:NL:RBASS:2009:BM1447

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
1 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
71560 / KG RK 09-45
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • J. van der Vinne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 1 EEX-VerordeningArt. 431 RvWet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van Duitse strafrechtelijke beslissingen wegens ontbreken rechtsmacht

Het Duitse Openbaar Ministerie (Staatsanwaltschaft Görlitz) verzocht de voorzieningenrechter van de Rechtbank Assen om twee besluiten van het Duitse Amtsgericht Görlitz te erkennen en toestemming te verlenen tot tenuitvoerlegging in Nederland. Deze besluiten betreffen proceskostenvorderingen in een strafzaak tegen de verzoeker.

De voorzieningenrechter moest allereerst beoordelen of hij rechtsmacht had om op het verzoek te beslissen. De primaire grondslag van het verzoek was de EEX-Verordening, die echter alleen van toepassing is op burgerlijke en handelszaken. Omdat het verzoek betrekking had op strafrechtelijke beslissingen, viel het niet binnen het materiële toepassingsgebied van de EEX-Verordening.

Ook de subsidiaire grondslagen, waaronder het Haagse Rechtshulpverdrag en bilaterale verdragen tussen Nederland en Duitsland, zijn alleen van toepassing op burgerlijke en handelszaken en niet op strafrechtelijke verzoeken. Gezien het ontbreken van rechtsmacht kon de voorzieningenrechter het verzoek niet toewijzen.

Ten overvloede wees de voorzieningenrechter Staatsanwaltschaft op de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties, die mogelijk een betere rechtsgrond biedt voor dergelijke verzoeken. Uiteindelijk wees de voorzieningenrechter het verzoek af wegens gebrek aan rechtsmacht.

Uitkomst: Het verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van Duitse strafrechtelijke beslissingen wordt afgewezen wegens het ontbreken van rechtsmacht.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ASSEN
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 71560 / KG RK 09-45
Beschikking van de voorzieningenrechter van 1 december 2009
in de zaak van
het Duitse Openbare Ministerie
STAATSANWALTSCHAFT GÖRLITZ,
verzoekster,
advocaat mr. J.J. Reiziger,
en
de heer
[VERWEERDER],
wonende te [woonplaats].
Partijen zullen hierna Staatsanwaltschaft en [verweerder] worden genoemd.
1. Het verzoek
1.1. Staatsanwaltschaft heeft bij verzoekschrift van 27 januari 2009 – verkort weergegeven – verzocht dat de voorzieningenrechter twee besluiten van het Duitse Amtsgericht Görlitz erkent en Staatsanwaltschaft verlof verleent tot tenuitvoerlegging van de betreffende besluiten in Nederland, met veroordeling van [verweerder] in de kosten die op het het verlof vallen.
1.2. Staatsanwaltschaft heeft – samengevat – het navolgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd.
1.3. Staatsanwaltschaft stelt zich primair op het standpunt dat de betreffende besluiten dienen te worden erkend en verlof tot tenuitvoerlegging dient te worden verleend op grond van de EEX-Verordening.
1.4. Subsidiair beroept Staatsanwaltschaft zich op het Haagse Rechtshulpverdrag van 1954, aangevuld c.q. geamendeerd door het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ter verdere vereenvoudiging van het rechtsverkeer van 30 augustus 1962, alsmede het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken.
2. De beoordeling
2.1. De voorzieningenrechter staat in de eerste plaats te beoordelen of hij rechtsmacht heeft terzake van het verzoek van Staatsanwaltschaft.
2.2. Staatsanwaltschaft heeft haar verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van de besluiten van het Amtsgericht primair gebaseerd op de EEX-Verordening.
2.3. De bepalingen betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen zoals opgenomen in hoofdstuk III van de EEX-Verordening zijn van toepassing – en de voorzieningenrechter heeft rechtsmacht – indien de betreffende beslissingen binnen het materiële toepassingsgebied van de EEX-Verordening vallen. In artikel 1 lid 1 van Pro de EEX-Verordening is in dit verband te lezen dat de EEX-Verordening van toepassing is in burgerlijke en handelszaken. De voorzieningenrechter dient dan ook te beoordelen of in het onderhavige geval sprake is van een burgerlijke en/of handelszaak.
2.4. In de besluiten van 16 april 2004 waarvan Staatsanwaltschaft de erkenning en tenuitvoerlegging verzoekt, is te lezen dat deze zijn genomen “In de strafzaak tegen [verweerder]”. De besluiten strekken ertoe dat proceskostenvorderingen van het Duitse openbare ministerie uitvoerbaar worden verklaard. De proceskostenvorderingen betreffen door het Duitse openbare ministerie gemaakte kosten in het kader van de strafvervolging en de strafrechtelijke procedures tegen [verweerder].
2.5. Gelet op het voorgaande wordt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de onderhavige zaak de erkenning en tenuitvoerlegging verzocht van strafrechtelijke beslissingen, niet van civielrechtelijke beslissingen. Dit maakt dat de onderhavige zaak geen burgerlijke en/of handelszaak betreft in de zin van artikel 1 lid 1 van Pro de EEX-Verordening. De voorzieningenrechter heeft dan ook op grond van de EEX-Verordening geen rechtsmacht om op het verzoek van Staatsanwaltschaft te beslissen.
2.6. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de verdragen waarop Staatsanwaltschaft haar verzoek subsidiair grondt. Ook deze verdragen zijn enkel van toepassing in burgerlijke en handelszaken, niet op verzoeken met een strafrechtelijk karakter zoals het onderhavige.
2.7. Aangezien de voorzieningenrechter noch op grond van de EEX-Verordening, noch op grond van de door Staatsanwaltschaft aangehaalde verdragen rechtsmacht heeft, kunnen de beslissingen van het Amtsgericht van 16 april 2004 gelet op het bepaalde in artikel 431 Rv Pro niet in Nederland ten uitvoer worden gelegd.
2.8. De voorzieningenrechter overweegt ten overvloede als volgt.
2.9. Zoals blijkt uit hetgeen in het voorgaande is overwogen, staat aan Staatsanwaltschaft geen op de EEX-Verordening en andere aangehaalde verdragen gebaseerde civielrechtelijke weg open die tot toewijzing van haar verzoek kan leiden. De voorzieningenrechter wijst Staatsanwaltschaft op de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties, welke Staatsanwaltschaft mogelijk meer aanknopingspunten biedt.
DE BESLISSING
Gezien aangehecht verzoekschrift:
de voorzieningenrechter:
wijst het verzoek van Staatsanwaltschaft af.
Assen, 1 december 2009
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van der Vinne, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. I. de Greef, griffier.