ECLI:NL:RBASS:2011:BR3404

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
26 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
317036 - CV EXPL 11-3540
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 WTBZ
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Advocatenkantoor niet-ontvankelijk in incasso onbetaalde declaraties wegens toepasselijkheid WTBZ

Het advocatenkantoor [eiseres] vorderde betaling van € 2.589,90 van [gedaagde] wegens onbetaald gelaten declaraties voor rechtskundige werkzaamheden. [gedaagde] betwistte de vordering, stellende nooit opdracht te hebben gegeven en het niet eens te zijn met de declaraties, onder meer vanwege afspraken met de advocaat en te hoge kosten.

De kantonrechter stelde vast dat de verleende rechtsbijstand viel onder het toepassingsgebied van artikel 32 van Pro de Wet Tarieven Burgerlijke Zaken (WTBZ). Dit artikel bepaalt dat geschillen over de juistheid van declaraties niet door de burgerlijke rechter kunnen worden beoordeeld.

Vanwege het onlosmakelijke verband tussen het verweer van [gedaagde] en het geschil over de declaraties, verklaarde de kantonrechter [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering. Het overige geschil werd niet behandeld. Daarnaast werd [eiseres] veroordeeld in de proceskosten van € 25,-- ten gunste van [gedaagde].

Uitkomst: Het advocatenkantoor werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot betaling van onbetaalde declaraties wegens toepasselijkheid van de WTBZ.

Uitspraak

RECHTBANK Assen
Sector kanton
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 317036 \ CV EXPL 11-3540
vonnis van de kantonrechter van 26 juli 2011
in de zaak van
de besloten vennootschap [X] advocaten B.V.,
die gevestigd is te [adres],
eiseres,
gemachtigde: mr. R.W. Lagerwaard,
tegen
[gedaagde],
die woont te [adres],
gedaagde,
en die zelf procedeert.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 mei 2011 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties van 5 juli 2011.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
De vaststaande feiten
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.
[eiseres] exploiteert een advocatenkantoor. [gedaagde] is cliënt geweest van een of meerdere advocaten die aan dat advocatenkantoor verbonden zijn (geweest).
[eiseres] heeft kosten van rechtsbijstand aan [gedaagde] gedeclareerd. [gedaagde] betaalt die declaraties niet (volledig), ondanks herhaald verzoek en sommatie.
De vordering en het verweer
Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten vordert [eiseres], verkort weergegeven, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.589,90 vermeerderd met rente en kosten. Daartoe stelt [eiseres], samengevat weergegeven, dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde] rechtskundige werkzaamheden heeft verricht. Daarvoor heeft zij kosten aan [gedaagde] gedeclareerd. [gedaagde] betaalt, ondanks herhaald verzoek en sommatie, die declaraties niet.
Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering. Daartoe voert zij onder meer aan, samengevat weergegeven en voor zover thans van belang, dat zij nooit aan [eiseres] een opdracht heeft gegeven en dat haar ook nooit algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. [gedaagde] voert verder aan dat zij het niet eens is met de declaraties die zij heeft ontvangen. Volgens [gedaagde] worden haar kosten in rekening gebracht waarover zij met de advocaat die haar heeft bijgestaan, heeft afgesproken dat die juist niet in rekening zouden worden gebracht. Bovendien voert [gedaagde] aan dat, gelet op de specificaties die aan de facturen zijn gehecht, de in rekening gebrachte kosten te hoog zijn.
De beoordeling
De kantonrechter stelt bij de beoordeling van het geschil voorop dat een of meerdere aan [eiseres] verbonden advocaten rechtsbijstand hebben verleend in een geschil dat aan de burgerlijke rechter is voorgelegd. De kantonrechter neemt verder in overweging dat het verweer van [gedaagde] zich onder meer richt op de vraag of het bedrag dat aan haar is gedeclareerd, juist is. De kantonrechter neemt ook in overweging dat voor zover het verweer van [gedaagde] verder strekt dan de juistheid van wat aan haar is gedeclareerd er sprake is van een onlosmakelijk verband tussen enerzijds dat verweer en die grondslag en anderzijds het geschil zoals dat tussen partijen bestaat over de juistheid van wat aan [gedaagde] is gedeclareerd. Het een en ander brengt het volgende met zich.
In de eerste plaats stelt de kantonrechter vast dat bijstand is verleend in een zaak die behoort tot het toepassinggebied van (art. 32 van Pro) de Wet Tarieven Burgerlijke Zaken (hierna: de WTBZ). Gelet op het op de juistheid van de facturen gerichte verweer is sprake van een zaak die bovendien rechtstreeks valt onder de tekst van art. 32 van Pro de WTBZ.
Dit betekent dat het geschil over de juistheid van de declaraties voor begroting in aanmerking komt en dat de burgerlijke rechter in zoverre niet bevoegd is. De kantonrechter zal daarom [eiseres] in haar vordering niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Gelet op vorenbedoelde samenhang kan het geschil waarin de kantonrechter wel rechtsmacht heeft (nog) niet worden beoordeeld. Partijen hebben daarom geen belang bij voortzetting van het processuele debat over die geschilpunten, zodat geen mogelijkheid hoeft te worden geboden om te re- en dupliceren.
De kantonrechter zal [eiseres] als de in het ongelijk te stellen partij veroordelen in de op de gebruikelijke wijze te begroten kosten van deze procedure.
De beslissing
De kantonrechter
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering,
veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op € 25,--.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2011.
typ/conc: BRT/216
coll: