ECLI:NL:RBASS:2011:BU1923
Rechtbank Assen
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij vaststelling draagkracht studiefinancieringsschuld
Eiser betwistte de vaststelling van zijn draagkracht voor de aflossing van zijn studieschuld over 2009, omdat het door de Belastingdienst opgegeven verzamelinkomen aanzienlijk hoger was dan zijn daadwerkelijk genoten inkomen. Verweerder had op basis van het verzamelinkomen een maandelijkse aflossing van €110,13 vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij in 2009 een inkomen op bijstandsniveau had, mede ondersteund door uitkeringsspecificaties en een verklaring van Bureau Zelfstandigen Fryslân. Door de systematiek van de Bbz-uitkering werd het inkomen op papier hoger voorgesteld dan feitelijk het geval was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had mogen afzien van toepassing van de hardheidsclausule, die in situaties van onbillijkheid van overwegende aard kan worden toegepast. Strikte toepassing van de wet zou in dit geval leiden tot een onbillijkheid, omdat eiser feitelijk geen draagkracht had.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, stelde de draagkracht van eiser op nihil vast en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter C.M.M. Oostdam.
Uitkomst: De rechtbank stelt de draagkracht van eiser voor 2009 op nihil vast en past de hardheidsclausule toe.