ECLI:NL:CRVB:2010:BK8775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging draagkrachtbepaling op basis van toetsingsinkomen en afwijzing verzoek draagkrachtmeting
De zaak betreft hoger beroep van appellante tegen uitspraken van de rechtbank Utrecht over de draagkrachtbepaling voor haar studieschuld bij de IB-Groep. De IB-Groep had de draagkracht vastgesteld op basis van het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen over 2005, zonder rekening te houden met het daadwerkelijk besteedbare inkomen. Appellante voerde aan dat dit onjuist was en verzocht om een draagkrachtmeting en peiljaarverlegging.
De rechtbank oordeelde dat de IB-Groep conform de Wet Studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) moest uitgaan van het toetsingsinkomen en dat geen omstandigheden waren gebleken die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Tevens werd het verzoek tot draagkrachtmeting buiten behandeling gesteld omdat appellante niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bewijsstukken had aangeleverd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad benadrukt dat de IB-Groep geen ruimte heeft om af te wijken van het door de Belastingdienst vastgestelde inkomen, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De Raad stelt dat appellante niet heeft aangetoond dat aan deze voorwaarden is voldaan. Ook het niet tijdig aanleveren van bewijsstukken rechtvaardigt het buiten behandeling laten van het verzoek. Het latere aanbod van de IB-Groep om alsnog tot behandeling over te gaan is voor deze procedure niet relevant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep van appellante af.