ECLI:NL:RBASS:2011:BU9412

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
30 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
82176 / HA ZA 10-740
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen bank wegens onvoldoende specificatie ondanks boekenclausule

De Rabobank had vorderingen ingesteld tegen meerdere kredietnemers, maar de bedragen werden betwist. De rechtbank had de bank bij tussenvonnis opgedragen haar vorderingen te specificeren. De Rabobank bracht een brief in als uittreksel uit haar administratie, maar deze voldeed niet aan de vereisten om de vorderingen te onderbouwen.

De bank kon niet aantonen dat de opgegeven vorderingen overeenkwamen met haar administratie, zoals vereist bij betwisting en conform de boekenclausule in de algemene bankvoorwaarden. De rechtbank oordeelde dat de bank onvoldoende inzicht gaf in de samenstelling van de bedragen en liet geen herkansing toe.

Daarom wees de rechtbank de vorderingen van de Rabobank af. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De uitspraak benadrukt dat een boekenclausule niet automatisch betekent dat een bank zonder nadere specificatie kan volstaan bij betwisting van haar vorderingen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de Rabobank af wegens onvoldoende specificatie en onderbouwing.

Uitspraak

Vonnis
RECHTBANK ASSEN
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 82176 / HA ZA 10-740
Vonnis van 30 november 2011
in de zaak van
1. [dhr. X],
wonende te [woonplaats],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
2. [mw. X],
wonende te [woonplaats],
eiseres in conventie,
3. [dhr. Y],
wonende te [woonplaats],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
4. [mw. Y],
wonende te [woonplaats],
eiseres in conventie,
advocaat mr. S. van Gessel te Veendam,
tegen
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK BORGER-KLENCKELAND U.A.,
gevestigd te Borger,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. J.J. Reiziger.
Partijen worden hierna ook (in enkelvoud) [X] en de Rabobank genoemd.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 juli 2011;
- de akte tevens houdende vermindering van eis van de Rabobank van 3 augustus 2011;
- de antwoordakte van [X] van 28 september 2011.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling in conventie en reconventie
2.1. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 6 juli 2011 gelast dat de Rabobank haar vorderingen bij akte specificeert, omdat de Rabobank tot dat moment haar vorderingen niet anders heeft onderbouwd dan met het stellen van bedragen die de kredietnemers haar schuldig zouden zijn, terwijl de kredietnemers die bedragen hebben betwist.
2.2. Bij akte van 3 augustus 2011 heeft de Rabobank - onder verwijzing naar de in
artikel 11 van Pro de algemene bankvoorwaarden opgenomen zogenaamde boekenclausule - een brief in het geding gebracht waarop het volgens haar verschuldigde saldo per overeenkomst is weergegeven. Omdat uit die brief volgt dat de vorderingen zoals bij dagvaarding begroot niet kloppen, heeft de Rabobank in haar akte haar eis verminderd.
2.3. [X] volhardt in zijn antwoordakte in de betwisting van de vorderingen en voert daartoe aan dat de Rabobank op grond van een boekenclausule niet kon volstaan met het opnieuw enkel opnoemen van bedragen. Wieringa concludeert daarom tot afwijzing van de vorderingen en stelt daartoe dat de Rabobank de kans die de rechtbank haar heeft geboden om haar vorderingen alsnog deugdelijk te onderbouwen onbenut heeft gelaten.
2.4. De rechtbank stelt bij de verdere beoordeling voorop dat de Rabobank niet heeft voldaan aan hetgeen de rechtbank bij tussenvonnis van 6 juli 2011 heeft gelast. De Rabobank volstaat opnieuw met het opsommen van bedragen, zonder inzichtelijk te maken hoe deze bedragen zijn samengesteld. Gelet op wat partijen daarover hebben aangevoerd staat te beoordelen of de Rabobank met het verstrekken van een opgave kon volstaan, gelet op de in de algemene bankvoorwaarden opgenomen boekenclausule.
2.5. De in de algemene bankvoorwaarden opgenomen boekenclausule neemt niet weg dat bij een daarop gericht verweer de Rabobank heeft aan te tonen dat de opgave van haar vorderingen overeenkomt met de gegevens uit haar administratie (vergelijk HR: 26 april 1996, NJ 1996,490, rov. 3.8). Het is daarom de vraag of de Rabobank dat in deze zaak heeft aangetoond.
2.6. De Rabobank baseert zich thans op een ongeadresseerde brief van de directeur van de Rabobank Borger-Klenckeland van 12 juli 2011. Die brief luidt, voor zover van belang:
Geachte heer, mevrouw,
Hierbij een overzicht van de schuldenpositie per 23 november 2010 betreffende Adel Personeelsdiensten B.V., [Y] Beheer B.V. en Oikeiosis B.V.
Adel personeelsdiensten B.V.
overeenkomstnummer 1217.95.012 € 123.288,02
[Y] Beheer B.V.
overeenkomstnummer 1217.94.989 € 24.614,50
3092.920.120 - 85.250,00
Achterstallige rente - 3.353,64
Oikeiosos B.V.
overeenkomstnummer 1228.83.500 € 24.994,93
3092.920.147 - 85.250,00
Achterstallige rente - 3.353,64
Hoogachtend
Rabobank Borger-Klenckeland
Drs. [Z]
Directeur Bedrijfsmanagement
2.7. De Rabobank stelt dat met deze brief een uittreksel uit haar administratie in het geding is gebracht zoals in artikel 11 van Pro de algemene bankvoorwaarden bedoeld. Zonder nadere toelichting die de Rabobank niet geeft, kan de rechtbank dat niet begrijpen. De brief van 12 juli 2011 lijkt, gelet op de inhoud en de redactie ervan, niet de strekking te hebben het door de Rabobank bedoelde uittreksel te zijn. De Rabobank kan met de brief van 12 juli 2011 niet aantonen dat de opgave van haar vorderingen overeenkomt met de gegevens uit haar administratie. De Rabobank heeft geen andere feiten of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat de opgave van haar vorderingen met de gegevens uit haar administratie overeenkomt.
2.8. Aldus heeft de Rabobank haar vorderingen - in het licht van het daarop gerichte verweer - onvoldoende onderbouwd. Bij die onderbouwing heeft [X] belang, omdat niet op de juistheid van de opgave van de vorderingen door de Rabobank kan worden vertrouwd. De Rabobank heeft immers haar vorderingen moeten verminderen op het moment dat de rechtbank gelastte dat zij haar vorderingen zou specificeren.
2.9. De rechtbank ziet geen aanleiding om de Rabobank opnieuw in de gelegenheid te stellen haar vorderingen te specificeren. De rechtbank zal daarom de vorderingen van de Rabobank afwijzen.
2.10. Gelet op die te nemen beslissing rest bij partijen geen belang bij een bespreking van wat zij verder over en weer aanvoeren.
2.11. De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen compenseren in die zin dat ieder van partijen zijn of haar eigen kosten draagt. Daarvoor is redengevend dat geen van partijen in overwegende mate in het ongelijk wordt gesteld.
BESLISSING
De rechtbank
in conventie en reconventie
wijst de vorderingen af,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen aldus dat ieder van de partijen zijn of haar eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R. Tromp, bijgestaan door mr. E. Hoekstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2011.