ECLI:NL:RBASS:2012:BV6947

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
21 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
326834 CV-EXPL 11-6465
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 476a lid 1 RvArt. 477a lid 2 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging verstekvonnis wegens onvoldoende onderbouwd verweer bij derdenbeslagverklaring

Persoonality Payrolling heeft executoriaal derdenbeslag gelegd onder Vrindenboom om een vordering op een werknemer van Vrindenboom te incasseren. Vrindenboom heeft ondanks herhaald verzoek geen tijdige derden-verklaring afgelegd, waarna Persoonality Payrolling Vrindenboom dagvaardde. Bij verstek is Vrindenboom veroordeeld tot betaling van de schuld van haar werknemer aan Persoonality Payrolling.

Vrindenboom stelde verzet in tegen het verstekvonnis en verzocht om een termijn om alsnog een derden-verklaring af te leggen. De kantonrechter oordeelde dat Vrindenboom reeds een verklaring had afgelegd, maar dat deze door Persoonality Payrolling gemotiveerd was betwist. Vrindenboom heeft nagelaten haar verklaring concreet te onderbouwen of aan te vullen, waardoor haar verweer onvoldoende was.

De kantonrechter concludeerde dat er geen grond was om Vrindenboom alsnog een termijn te geven voor een verklaring. Het verstekvonnis werd bekrachtigd en Vrindenboom werd veroordeeld in de kosten van de procedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het verstekvonnis tegen Vrindenboom wordt bekrachtigd en zij wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.

Uitspraak

RECHTBANK Assen
Sector kanton
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 326834 \ CV EXPL 11-6465
vonnis van de kantonrechter van 21 februari 2012
in de zaak van
de besloten vennootschap Vrindenboom B.V.,
die woonplaats kiest in Groningen,
opposant,
gemachtigde: mr. B.M.B. Gruppen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Persoonality Payrolling B.V.,
die woonplaats kiest in Zwolle,
geopposeerde,
gemachtigde: Tijhuis & Partners.
Partijen worden hierna Vrindenboom en Persoonality Payrolling genoemd.
Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de inleidende dagvaarding van 14 juni 2011;
- het verstekvonnis van 5 juli 2011;
- de dagvaarding in oppositie van 22 september 2011;
- de conclusie van antwoord in oppositie van 29 november 2011, tevens akte voorwaardelijke wijziging van eis;
- de conclusie van repliek in oppositie van 31 januari 2012;
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.
De vaststaande feiten
De kantonrechter gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.
Persoonality Payrolling heeft onder Vrindenboom executoriaal derden-beslag gelegd om tot incasso te komen van haar vordering op een werknemer van Vrindenboom.
Vrindenboom heeft, ondanks herhaald verzoek en sommatie, niet tijdig als derde-beslagene de in art. 476a lid 1 Rv bedoelde derden-verklaring gegeven.
Op de voet van wat art. 476a lid 1 Rv bepaalt, heeft Persoonality Payrolling Vrindenboom gedagvaard en veroordeling van Vrindenboom gevorderd tot betaling van haar vordering op de werknemer van Vrindenboom, vermeerderd met rente en kosten.
Tegen Vrindenboom is verstek verleend en op 5 juli 2011 heeft de kantonrechter tegen Vrindenboom een verstekvonnis gewezen.
De vordering en het verweer
Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten vordert Vrindenboom in oppositie, verkort weergegeven, dat de kantonrechter haar ontheft van de in het verstekvonnis gegeven veroordeling en dat de kantonrechter de vorderingen van Persoonality Payrolling afwijst en haar een termijn geeft waarbinnen Vrindenboom alsnog de derden-verklaring kan afleggen, een en ander met veroordeling van Persoonality Payrolling in de kosten van deze procedure. Daartoe stelt Vrindenboom, samengevat weergegeven, dat haar veroordeling op een misverstand berust. Vrindenboom wil alsnog in de gelegenheid worden gesteld een verklaring af te leggen.
Persoonality Payrolling concludeert tot bekrachtiging van het verstekvonnis en veroordeling van Vrindenboom in de kosten van deze procedure. Voor zover de kantonrechter oordeelt dat Vrindenboom een verklaring heeft afgelegd, wijzigt Persoonality Payrolling haar eis en vordert zij veroordeling van Persoonality Payrolling tot het afleggen van een juiste gerechtelijke verklaring en tot betaling van hetgeen door de rechter aan Persoonality Payrolling zal blijken toe te komen.
De beoordeling
Het gaat in deze zaak, samengevat weergegeven met het oog op een doelmatige bespreking, om het volgende. Persoonality zoekt verhaal op een debiteur en legt daartoe executoriaal derden-beslag onder Vrindenboom de werkgeefster van haar debiteur. Vrindenboom legt ondanks herhaald verzoek en sommatie geen derden-verklaring af. Daarop dagvaardt Persoonality Payrolling Vrindenboom. Vrindenboom wordt bij verstek veroordeeld tot, kort gezegd, betaling van wat de debiteur van Persoonality Payrolling aan laatstgenoemde schuldig is. In het tegen die veroordeling gerichte verzet wil Vrindenboom het daarheen leiden dat haar een termijn wordt gegeven om alsnog een verklaring af te leggen. Ten aanzien van de in dit verband tussen partijen opgekomen geschilpunten overweegt de kantonrechter als volgt.
De kantonrechter stelt vast dat zonder nadere toelichting die Vrindenboom niet geeft, niet valt in te zien wat zij beoogt met de door haar gevorderde termijn. Vrindenboom brengt immers bij akte alsnog een derden-verklaring in het geding die zij onderbouwt met salarisspecificaties, een berekening van het vrij te laten bedrag en correspondentie die is gevoerd met andere (potentiële) beslagleggers.
Persoonality Payrolling heeft bij antwoord in oppositie de juistheid van de verklaring van Vrindenboom gemotiveerd betwist en zij heeft met het oog daarop haar eis gewijzigd, in die zin dat zij op de voet van wat art. 477a lid 2 Rv bepaalt, vordert dat Vrindenboom een juiste gerechtelijke verklaring doet en wordt veroordeeld tot betaling van hetgeen door de rechter aan Persoonality Payrolling zal blijken toe te komen.
Onder deze omstandigheden lag het op de weg van Vrindenboom om in deze procedure terug te komen op haar verklaring door deze aan te vullen of te wijzigen en/of deze met bewijsmiddelen te onderbouwen. Dat heeft Vrindenboom nagelaten. In plaats daarvan stelt Vrindenboom dat zij "naar eer en geweten aan de hand van de bij haar bekende feiten en omstandigheden, gesteund door informatie aangeleverd door de GKB Assen" een derden-verklaring heeft opgesteld en in het geding heeft gebracht. Dat kan niet volstaan gelet op de uitvoerige en concreet gemaakte betwisting. Die betwisting noopt tot een concrete reactie van Vrindenboom ten aanzien van het opgegeven salaris, de beslagvrije voet, de eventuele andere beslagen die ten laste van de werknemer zijn gelegd en de (betwiste) inhouding en afdracht ten gunste van een andere beslaglegger. De kantonrechter oordeelt daarom dat Vrindenboom haar verweer onvoldoende heeft onderbouwd.
Een en ander leidt tot de volgende slotsom. De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat er geen termen zijn om op de voet van art. 476a lid 1 BW Vrindenboom toe te laten alsnog een verklaring af te leggen. Vrindenboom heeft immers die verklaring alsnog gedaan. De gemotiveerde betwisting van die verklaring en de daarop door Vrindenboom in louter algemene termen vervatte reactie brengt met zich dat Vrindenboom haar verweer als onvoldoende gemotiveerd moet worden gepasseerd. De kantonrechter zal het verstekvonnis daarom bekrachtigen.
Vrindenboom zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de op de gebruikelijke wijze te begroten kosten van deze procedure.
De beslissing
De kantonrechter:
bekrachtigt het vonnis waarvan verzet;
veroordeelt Vrindenboom in de kosten van de verzetprocedure, tot deze uitspraak aan de zijde van Persoonality Payrolling begroot op € 250,00 aan salaris gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2012.
typ/conc: 216/BRT
coll: