ECLI:NL:RBBRE:2001:AB0642
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Cooijmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering tegemoetkoming schade witloftrek na extreme regenval
Eiser, zowel witlofteler als witloftrekker, leed schade door extreme regenval in september 1998. Verweerder kende een tegemoetkoming toe voor schade aan de witlofteelt, maar niet voor de schade aan de witloftrek, omdat dit als een afzonderlijk teeltproces werd beschouwd dat niet direct door de regenval was getroffen.
Eiser stelde dat de schade aan de witloftrek wel degelijk onder teeltplanschade viel en dat hij bovendien niet gehoord was voorafgaand aan het bestreden besluit. De rechtbank oordeelde dat verweerder redelijkerwijs mocht uitgaan van een splitsing tussen witlofteelt en witloftrek, waardoor de schade aan de witloftrek niet als direct gevolg van de ramp werd gezien.
De rechtbank stelde echter vast dat het besluit in strijd was met het hoorplichtbeginsel omdat eiser niet was gehoord, terwijl dit wel had moeten gebeuren. Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.