ECLI:NL:RBBRE:2001:AD3837
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Stienissen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitkering Toeslagenwet wegens onjuiste beoordeling lijfrente-inkomsten
Eiser verzocht tweemaal om een uitkering ingevolge de Toeslagenwet (TW), waarbij het tweede verzoek op 13 september 1999 werd afgewezen door verweerder met verwijzing naar het eerdere besluit van 12 augustus 1999. Eiser had verklaard dat hij aanvullingen ontving van zijn ex-werkgever, maar betoogde later dat deze aanvullingen via een lijfrenteverzekering niet als inkomen in de zin van de TW moesten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van 13 september 1999 niet als bezwaar kon worden aangemerkt, maar als een nieuwe aanvraag, waarbij eiser verplicht was nieuwe feiten of omstandigheden te melden. Dit was niet gebeurd, maar gezien de omstandigheden en het advies van een medewerkster van Gak mocht verweerder niet volstaan met een loutere verwijzing naar het eerdere besluit.
De rechtbank stelde dat verweerder bij heroverweging onderscheid had moeten maken tussen twee tijdvakken en een minder terughoudende toets had moeten toepassen voor het tweede tijdvak. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot nieuwe beslissing op bezwaar.