ECLI:NL:RBBRE:2004:AR2297
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zander
- Gimbrère-Straetmans
- Tempelaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot doorhaling inschrijving echtscheidingsvonnis na langdurig tijdsverloop
De vrouw verzocht de rechtbank om doorhaling van de inschrijving van een echtscheidingsvonnis uit 1987, stellende dat de inschrijving niet tijdig had plaatsgevonden en de echtscheiding daardoor niet tot stand was gekomen. De man en de gemeente verzetten zich tegen dit verzoek en stelden dat de inschrijving rechtsgeldig was en dat de vrouw te lang had gewacht met haar verzoek.
De rechtbank stelde vast dat het echtscheidingsvonnis pas op 25 oktober 1988 was ingeschreven, terwijl de termijn voor inschrijving zes maanden na het moment van berusting van de man lag, namelijk 1 december 1987. Daarmee was de inschrijving niet tijdig. Desondanks oordeelde de rechtbank dat het belang van rechtszekerheid voor partijen en derden, mede gezien het lange tijdsverloop van bijna 16 jaar sinds de inschrijving, zwaarder woog dan het belang van de vrouw bij doorhaling.
De rechtbank nam mee dat de man sindsdien opnieuw was gehuwd, een onderneming had opgebouwd en dat er diverse rechtsgevolgen waren verbonden aan de inschrijving. Ook de vrouw had jarenlang gehandeld alsof de echtscheiding was voltrokken. De rechtbank verwierp de stelling van de vrouw dat zij door psychische problemen niet eerder had kunnen handelen. Gelet op deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek af en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling van de inschrijving van het echtscheidingsvonnis wordt afgewezen vanwege het lange tijdsverloop en het belang van rechtszekerheid.