ECLI:NL:RBBRE:2004:AR7399
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit premievaststelling 2002 wegens onjuiste uitleg loondagen
Eiseres betwistte de hoogte van de sociale verzekeringspremies over 2002, stellende dat verweerder onterecht geen rekening hield met dagen waarop geen arbeid werd verricht bij de berekening van loondagen. Zij verwees daarbij naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 31 mei 2001.
Verweerder verwierp deze stelling en handhaafde het besluit, stellende dat de CRvB-uitspraak niet van toepassing was en dat hij niet verplicht was een proefprocedure toe te staan aan het accountantskantoor van eiseres. De rechtbank oordeelde dat verweerder de uitleg van de hoogste rechter niet zomaar kon negeren en vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb.
Tegelijkertijd liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat een ministeriële regeling van 3 februari 2004 het begrip loondagen verduidelijkt en terugwerkt tot 1 januari 1995. Deze regeling is een algemeen verbindend voorschrift dat niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en gerechtvaardigde verwachtingen niet schaadt.
De rechtbank wees het beroep op schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur af en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres, maar niet tot vergoeding van de kosten van de bezwaarfase.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste uitleg van loondagen, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege een terugwerkende ministeriële regeling.