ECLI:NL:RBBRE:2004:AT2873
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser heeft zich op 27 juni 2003 ziek gemeld bij het UWV en verzocht om een bijstandsuitkering vanaf die datum. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering omdat verwacht werd dat eiser binnen een half jaar arbeidsongeschikt zou worden. Eiser vroeg vervolgens op 10 september 2003 bijstand aan, welke werd toegekend vanaf die datum, maar niet met terugwerkende kracht. De gemeente weigerde de bijstand over de periode voorafgaand aan de aanvraag.
De rechtbank beoordeelde of de invoering van artikel 68a van de Algemene bijstandswet (Abw) de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen heeft beperkt. De rechtbank concludeerde dat dit niet het geval is en dat de oude jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) nog steeds geldt: bijstand met terugwerkende kracht kan alleen worden toegekend bij bijzondere omstandigheden.
Eiser voerde aan dat zijn gezondheidstoestand hem verhinderde eerder bijstand aan te vragen. De rechtbank vond echter dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn psychische problemen niet eerder een aanvraag kon indienen. Ook het vertrouwen op de huisarts en het feit dat eiser van geleend geld leefde, vormden geen bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de weigering van bijstand met terugwerkende kracht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de bijstand met terugwerkende kracht wordt geweigerd.