ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ0937
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J. Verbeek
- C.W. de Wit
- E.J.M. Rosier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht en maatregel bij bijstandsuitkering na onverantwoord interen vermogen
Eiseres ontving in 1994 een erfenis en vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2002, vanwege medische problemen die haar beheer van het vermogen zouden belemmeren. Verweerder kende bijstand toe vanaf de datum van melding, 24 juli 2002, en legde een maatregel van 10% op wegens onverantwoord interen op het vermogen.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 68a van de Abw bijstand niet eerder kan ingaan dan de datum van melding bij het CWI, waardoor terugwerkende kracht niet mogelijk is. De medische omstandigheden van eiseres rechtvaardigen geen afwijking van deze regel.
Wat betreft de maatregel stelt de rechtbank vast dat eiseres 44 maanden eerder een beroep op bijstand deed dan bij verantwoorde besteding van haar vermogen nodig zou zijn geweest. Dit duidt op een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, rechtvaardigt de maatregel van 10% en de duur van drie jaar is proportioneel.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit, waarbij geen dringende redenen zijn gevonden om af te zien van de maatregel.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; bijstand wordt toegekend vanaf datum melding en maatregel van 10% blijft van kracht.