ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3058
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag Tilburgs dansgezelschap na negatief advies Raad voor Cultuur
Verzoekster, een Tilburgs dansgezelschap, vroeg om een meerjarige instellingssubsidie voor de periode 2005-2008. Na twaalf jaar subsidiëring weigerde verweerder deze subsidieaanvraag, mede op basis van een negatief advies van de Raad voor Cultuur. Dit advies wees op wisselende kwaliteit van de voorstellingen, beperkte openstelling voor externe choreografen en een geringe rol in de doorstroming van talent.
Verzoekster stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen, onder meer door vermeende belangenverstrengeling en het ontbreken van een overgangsregeling. Ook werden contra-expertises ingediend die het negatieve advies betwistten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit voldoende zorgvuldig was genomen, dat de Raad voor Cultuur meerdere producties had bezocht en dat de invloed van de betrokken voorstellingsbezoekster niet doorslaggevend was.
De inhoudelijke beoordeling van het advies werd als redelijk en binnen de beoordelingsmarges van de bestuursrechter beschouwd. De voorzieningenrechter vond onvoldoende aanleiding om het besluit onrechtmatig te achten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De subsidieverlening werd daarmee niet voortgezet, behoudens een toegezegde afbouwsubsidie.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de subsidieweigering wordt afgewezen.