ECLI:NL:RBBRE:2005:AT5927
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G.M. Wouters
- J.P.M. Zeijen
- P.H.J.G. Römers
- Rechtspraak.nl
Nietigheid boete wegens te laat indienen reïntegratieplan wegens ontbreken duidelijke wettelijke grondslag
Eiseres, een callcenterbedrijf, kreeg een boete van €454,- opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vanwege het te laat indienen van een volledig reïntegratieplan voor een arbeidsongeschikte werknemer. De rechtbank beoordeelde of de boete gebaseerd was op een deugdelijke wettelijke grondslag, waarbij artikel 71a van de WAO, het Besluit minimumeisen reïntegratieplan 1997 en het Besluit boete ZW/WAO werkgevers 2002 werden betrokken.
De rechtbank oordeelde dat artikel 71a WAO, zoals dat luidde vóór 1 april 2002, geen duidelijke en ondubbelzinnige verplichting bevatte voor werkgevers om uiterlijk na 8 maanden arbeidsongeschiktheid een volledig reïntegratieplan in te dienen. Ook het Besluit minimumeisen reïntegratieplan bevatte geen eenduidige termijn, omdat de termijn afhankelijk is van de redelijke verwachting van de werkgever, waardoor deze variabel en niet duidelijk is. De rechtbank concludeerde dat de boete een punitieve sanctie is en daarom moet voldoen aan artikel 7 EVRM Pro, dat duidelijkheid en ondubbelzinnigheid vereist.
Verder stelde de rechtbank vast dat het Besluit boete ZW/WAO werkgevers 2002, dat de boete regelt, geen wettelijke grondslag heeft in artikel 71a WAO voor de opgelegde boete. Daarom kon de boete niet worden gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Een beslissing over wettelijke rente bleef achterwege wegens ontbreken van bewijs van betaling.
Uitkomst: De boete wegens te laat indienen van het reïntegratieplan wordt vernietigd wegens ontbreken van een duidelijke wettelijke grondslag.