ECLI:NL:RBBRE:2005:AU2756
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbeperking huisvestingskosten en bijtelling privégebruik bestelauto
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de toepassing van de aftrekbeperking van artikel 3.17, lid 1, letter c van de Wet inkomstenbelasting 2001 centraal, alsmede de bijtelling voor privégebruik van een bestelauto op grond van artikel 3.20 van dezelfde wet.
De rechtbank oordeelde dat de aftrekbeperking slechts ziet op de kale huurlasten van de werkruimte en niet op overige huisvestingskosten die als ondernemingskosten volledig aftrekbaar zijn. Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis en de gebruikte terminologie zoals 'fictief huurbedrag' en 'gebruiksvergoeding'.
Ten aanzien van de bestelauto stelde eiser dat deze uitsluitend geschikt zou zijn voor goederenvervoer, waardoor geen bijtelling zou moeten plaatsvinden. De rechtbank concludeerde dat de bestelauto ook geschikt is voor personenvervoer en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat het privégebruik minder dan 500 kilometer bedroeg. Daarom is de bijtelling terecht toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bezwaar en stelde het belastbaar inkomen lager vast. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het belastbaar inkomen vastgesteld op € 35.520,= met vernietiging van het bezwaar en toekenning van proceskosten.