ECLI:NL:RBBRE:2005:AU2758
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemerschap en geen honorering opgewekt vertrouwen bij belastingaanslagen 2001-2002
Eiser, adviseur in machinebouw, werkte sinds 1993 uitsluitend voor één opdrachtgever, [Bedrijf X] B.V., zonder mogelijkheid tot andere opdrachtgevers. De contracten en facturatie liepen via [Bedrijf X] B.V., waarbij eiser geen partij was en geen debiteurenrisico droeg. Hij factureerde een vast maandelijks bedrag, onafhankelijk van omzet.
De rechtbank concludeerde dat deze feiten en omstandigheden niet voldoen aan het criterium van het drijven van een onderneming zoals bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001. Daarnaast stelde eiser dat hij mocht vertrouwen op een toezegging van zelfstandigheidstoetsing door de Belastingdienst, maar de rechtbank vond dat de brief van het Ministerie van Financiën en de gedragingen van de Belastingdienst geen bewuste standpuntbepalingen bevatten die tot honorering van opgewekt vertrouwen leiden.
Daarom werd het beroep van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 2 september 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de navorderingsaanslagen 2001 en 2002 wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van ondernemerschap en het vertrouwensbeginsel faalt.