ECLI:NL:RBBRE:2005:AU2759
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening keuze onderlinge verhoudingen inkomstenbelasting aanmerkelijk belang afgewezen
Eiser en haar echtgenoot hebben voor het jaar 2002 gezamenlijk een papieren aangifte inkomstenbelasting ingediend waarbij zij kozen voor een volkomen verdeling van het inkomen uit aanmerkelijk belang. Door een fout van de belastingdienst werd dit inkomen echter niet correct verwerkt in het computersysteem, waardoor het inkomen abusievelijk niet in beide aangiften werd opgenomen.
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag waarin het inkomen uit aanmerkelijk belang volledig bij haar werd belast, terwijl zij dit niet had aangegeven. Verweerder stelde dat door het niet indienen van bezwaar tegen de aanslag van de echtgenoot een keuzeherziening had plaatsgevonden, waardoor het inkomen geacht moest worden gelijk verdeeld te zijn. De rechtbank oordeelde dat een herziening op grond van artikel 2.17 lid 3 Wet IB2001 een actieve handeling vereist en dat deze niet heeft plaatsgevonden.
De rechtbank concludeerde dat de oorspronkelijke keuze voor een volkomen verdeling bleef gelden en dat toepassing van artikel 2.17 lid 4 Wet IB2001 niet aan de orde was. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, de aanslag vernietigd en vastgesteld op nihil voor het inkomen uit aanmerkelijk belang. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting is vernietigd en vastgesteld op nihil voor het inkomen uit aanmerkelijk belang wegens het ontbreken van een actieve keuzeherziening.